Als je enthousiasme wilt, moet je het zelf uitstralen
Succesvolle projecten van gebiedsontwikkeling liggen niet voor het oprapen, maar de IJsseldelta bij Kampen hoort er zeker bij. Jos Pierey was de projectleider vanaf het eerste uur totdat na krap twee jaar het masterplan er lag en was ondertekend door alle publieke partners. Hij had z’n werk zo goed gedaan, dat hij meteen aan de slag kon bij het volgende project, de IJsselsprong bij Zutphen. Bescheiden als hij is, wil hij zijn eigen succes niet etaleren. “De opdrachtgevers waren blijkbaar erg tevreden, want in een poep en een zucht was ik hier.”
Hier is in dit geval Zutphen, waar Pierey werkt aan de IJsselsprong. Onder de rook van deze stad moeten 3.000 woningen verrijzen, maar wel aan de overkant van de rivier en deels op het grondgebied van de buurgemeenten Voorst en Brummen. “Die zijn daar natuurlijk niet blij mee,” constateert Jos Pierey. “Van oudsher kijken die met een zekere argwaan naar elkaar.”
Tegelijkertijd moeten er in het kader van het rijksprogramma Ruimte voor de Rivier dijkterugleggingen plaatsvinden, op termijn aangevuld met een ‘bypass’, een nieuwe rivierarm om hoogwater door te kunnen laten. Pierey wijst op de verschillen en de overeenkomsten tussen de twee projecten.
“Zowel in Kampen als hier in Zutphen willen alle partners een integrale visie op de ontwikkelingen in hun gebied. In beide gevallen gaat het om bescherming tegen hoogwater, om woningbouw, en om infrastructuur en natuurontwikkeling. Forse en complexe programma’s waar veel overheden bij betrokken zijn, en die ingrijpend zijn voor burgers. Bij IJsseldelta speelde de voorziene woningbouw vooral binnen de gemeente Kampen. Maar het raakte wel de buurgemeenten, die daarom graag wilden meepraten. Zowel bij de IJsseldelta als bij de IJsselsprong hebben we te maken met spoorlijnen, die door het gebied lopen, of nog moeten komen, zoals de Hanzelijn bij Kampen. En bij beide projecten proberen we met de aanleg van een bypass in de rivier tot een door iedereen gedragen oplossing te komen.”
“Mijn hoofdopdracht is ervoor te zorgen dat de partijen met elkaar consensus weten te bereiken over wat ze samen in het gebied willen doen. Dat moet leiden tot een plan dat duidelijk meer ruimtelijke kwaliteit genereert dan de afzonderlijke ingrepen. Ik probeer daar tevens marktpartijen voor te interesseren en bij te betrekken.”
“Je kunt burgers motiveren door ze echt actief mee te laten doen bij het maken van ontwikkelingsbeelden.”
Korte inspraakcyclus
De doorbraak bij de IJsseldelta kwam met de manier waarop zowel de bevolking als de beleidsmakers bij het project waren betrokken. “Ik heb geleerd dat je mensen kunt motiveren door ze echt actief mee te laten doen bij het maken van ontwikkelingsbeelden. Inspraak komt heel vaak neer op het verkopen van een plan. Mensen mogen nog wel wat roepen, maar het heeft feitelijk geen invloed meer. Dat is natuurlijk verschrikkelijk slecht. Maar ik heb ook geleerd dat je dat óók niet moet doen in een langdurig ‘open planproces’, waarin je vanaf een blanco vel begint. Mensen doen niet mee in een cyclus van driekwart tot anderhalf jaar participatie. Dan haken ze af en blijven alleen de beroepsinsprekers over.”
“Bij de IJsseldelta moesten we op hele korte termijn handelen, omdat de Hanzelijn al bijna in uitvoering was. In kleine kring hebben we vier heel verschillende oplossingsstrategieën ontwikkeld. De vijfde was een voorbeeld van hoe je kon knippen en plakken met elementen van die vier. Die oplossingsstrategieën hebben we voorgelegd aan de andere betrokkenen, waaronder de omwonenden. Het voordeel daarvan is dat mensen meteen voor zich zien waar het om gaat. Ze zien ook dat er nog heel veel ruimte in de plannen zit, en gaan concreet meedenken. Uit de sessies met de bewoners kregen we er een zesde variant bij. Gemaakt door de bewoners zelf, getriggerd door onze oplossingsstrategieën. Binnen enkele weken konden we verder met het project.”
Samenhang in ontwikkeling
Ook nu, in het geval van de IJsselsprong, werkt de tijdsdruk in het voordeel van de gebiedsontwikkeling. “Een eventueel omwisselingsbesluit, waarbij er iets anders in de plaats komt van het Rijksplan van dijkverleggingen, later aangevuld met een bypass moet zijn genomen voor eind 2008. We denken nu aan een variant met een veel langere bypass, waardoor dijkverleggingen niet meer nodig zijn. Of anderzijds aan een variant met juist wél dijkverleggingen, maar dan met halfhoge dijken zodat het maar eenmaal per vele tientallen jaren onder water hoeft te lopen. Maatwerk dus. De bevolking wordt in een participatieproces bij die keuzes betrokken.”
“Kijk, dat is nou gebiedsontwikkeling pur sang,” zegt Jos Pierey enthousiast. “Je voorziet een aantal ontwikkelingen in een gebied, zoals woningbouw, verbetering van de bereikbaarheid, versterking van de natuur en de wateropgave. Je laat al die zaken gelijk oplopen en werkt aan een plan waarin je alle interventies van de verschillende partijen in samenhang laat plaatsvinden. Alles bij elkaar leidt dat tot méér kwaliteit.”
“Het gaat per slot van rekening over de gedrevenheid om zulke ingrijpende projecten van de grond te krijgen.”
Compromissen sluiten
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar vraagt wel om een totaal andere wijze van werken voor de meeste betrokkenen. “Klopt. Je moet oog krijgen voor de andere belangen die spelen en begrijpen waarom die ander een bepaalde opstelling kiest. Het gaat om de inhoudelijke discussie. De meeste vertegenwoordigers van de verschillende partijen hebben uitsluitend oog voor hun eigen opgave. Dat is hun natuurlijke houding. Bij IJsseldelta heb ik gemerkt dat het voor de betrokken beroepsmensen heel moeilijk is om een gemeenschappelijke taal te vinden. Er zijn generalisten, die over de breedte willen denken, er zijn detaillisten, die juist de diepte in willen. Dat geeft frictie. Toen dat niet goed ging, heb ik ingegrepen. We haalden de specialisten uit de ontwerpsessies en gaven ze de rol van deskundige vraagbaak. Zij zochten specifieke ontwerpvragen uit en rapporteerden met regelmaat aan het ontwerpatelier, met daarin de generalisten. Daar werden de stukken dan weer aan elkaar gesmeed. Dat toverde ineens alle puzzelstukjes aan elkaar en je wilt het geloven of niet, men kwam uit de loopgraven, vond elkaar en er werden compromissen gesloten.”
Open en duidelijk communiceren
Het enthousiasme van Pierey werkt aanstekelijk. Hijzelf vindt het een basisvoorwaarde voor succesvolle gebiedsontwikkeling. “Als je enthousiasme van mensen wilt, moet je het zelf uitstralen. Het gaat per slot van rekening over de gedrevenheid om zulke ingrijpende projecten van de grond te krijgen.”
Een andere voorwaarde is dat je betrokkenheid toont en goed communiceert, zegt Pierey nadrukkelijk. “Ik zit regelmatig bij mensen aan de keukentafel om te horen wat hen dwars zit. Ik wil graag snappen wat de betrokken mensen beweegt. Dan pas kan ik kijken wat de mogelijkheden zijn om tegemoet te komen aan reële punten die zij aandragen. Ik heb gemerkt dat mensen heel veel accepteren, ook als het voor hen nadelig uitpakt, mits je heel helder bent over wat jij eraan gaat doen om de hinder zoveel mogelijk te beperken en het proces niet te lang laat duren. Vooral dat laatste is cruciaal. Onzekerheid is het grootste obstakel voor mensen. Hoe lang gaat het duren, krijg ik compensatie, hoe lang zijn ze bezig met studeren, kan ik mijn grond nou wel of niet verkopen? Dat zijn de cruciale vragen. Bij IJsseldelta hadden we in een paar maanden tijd een tracé uitgekozen, dat gaf heel veel bedrijven en omwonenden duidelijkheid. De overheid kwam ook heel snel met aparte regelingen voor grondaankopen.”
Minutieuze voorbereiding
Pierey laat niets aan het toeval over. Hij schrijft aan het begin van het project alles minutieus uit: welke partijen betrokken zijn, welke inbreng zij hebben, hoe naar verwachting het proces gaat lopen. “Je moet buitengewoon helder zijn in wat je gaat doen als je met dit soort processen begint, waarom en hoe je het gaat doen.” Hij benadrukt zijn rol als onafhankelijke intermediair. “Zowel bij de IJsseldelta als hier ben ik niet van één van de partners (maar ingehuurd als adviseur). Ik stel me altijd tussen de partijen op en laat duidelijk merken dat ik er niet voor één bepaald belang zit. Ook dat is een belangrijke voorwaarde om voor elkaar te krijgen dat de betrokkenen het plan omarmen, als iets dat van hen is. Zo worden ze medestanders in plaats van tegenstanders.”